Wanneer we de hippe media mogen geloven is het binnenkort gedaan met de papieren literatuur. Hypertext zal de traditionele (lees beperkte) literaire genres uiteindelijk allemaal naar de geschiedenis verwijzen. Over vijftig jaar zal een roman dezelfde status hebben als het griekse heldendicht nu. Deze beweringen worden nu nog met meewarigheid door de traditionele media weggelachen; want denk maar aan de geluidsfilm, de kleurenfoto, de roman, het boek.
Het optimisme dat hieruit spreekt hoort bij het hippe genre; het gebrek aan historisch besef ook. Tot op dit moment is het zo dat individuele hypertexts nog nauwelijks doordringen tot de (papieren) media, en gerenomeerde auteurs houden zich nauwelijks bezig met dit nieuwe medium. Daar staat tegenover dat er voor het verschijnsel hypertext in academische en cultuurkritische kringen veel belangstelling bestaat. Sneller dan een canon heeft er zich een ideologie gevormd rondom hypertexts.
Deze ideologie heeft als belangrijkste stelling: hypertexts verschillen van gewone teksten in dat ze de lezer meer vrijheid bieden. Het verschil tussen lezer en schrijver zou in hypertexts vervagen. Hypertext wordt door haar pleitbezorgers vaak geponeerd als een democratischer medium dan gewone tekst. Deze benadering is zowel aantrekkelijk voor Politiek Correcte denkers, die de verhouding tussen lezer en schrijver als een machtsverhouding opvatten (in de trant slaaf - meester; actief - passief, etc.), als voor de poststructuralistische filosofen die altijd bereid zijn zich in te zetten voor het uitgummen van grenzen. Uit het bovenstaande blijkt al hoezeer hypertext tot op dit moment een Amerikaans medium is. Niet alleen worden in de Verenigde Staten de meeste hypertexts vervaardigd, ook de ideologie komt rechtstreeks uit het Yale milieu.
Een ideologie bestaat bij de gratie van sterke metaforen en de metafoor van de hypertext-ideologen is die van het netwerk. Een boek belooft ons een afgerond verhaal. We weten dat we tussen kaft en kaft naar de meest buitennissige plaatsen vervoerd kunnen worden, tijd kan plotseling de andere kant op lopen, de wereld kan geschapen en weer vernietigd worden, de held kan al op de eerste bladzijde in een insekt veranderen; maar altijd is er de belofte dat aan het eind van het boek iets afgerond is. Hypertext belooft het tegendeel: hij belooft geen afronding, maar juist eindeloos dwalen. Niet de auteur, maar de lezer bepaalt wanneer hij ophoudt met lezen. Hypertext is geen tekst, maar een netwerk van teksten waarin de lezer zijn eigen weg moet vinden.
De verhouding tussen boek en lezer lijkt een statische. Het boek vertelt een verhaal en de lezer mag het consumeren. De vraag is waarom de lezer zich in die rol laat dwingen. Waarom leest hij niet eerst het einde, slaat hij niet het ellenlange middenstuk over om meteen het eind goed al goed te beleven? Laten we het woord belofte uit de vorige paragraaf eens nader onderzoeken. Het boek belooft ons een verhaal. Staat daar niet iets tegenover? Deze belofte is immers alleen geldig als we ons aan de regels van het boek houden, d.w.z. als we het boek van voor naar achteren lezen. Wie zomaar kris-kras door het boek bladert kan niet klagen dat hij het verhaal niet heeft begrepen. De verhouding tussen lezer en boek berust dus op een impliciete afspraak die zowel lezer als schrijver voordeel oplevert. De lezer krijgt het boek dat hij wil, de schrijver kan anticiperen op de leesgewoonten van de lezer.
Hoe gemakkelijk het is die afspraak tussen lezer en boek te schenden werd al bewezen door Roland Barthes. In Het Plezier van de Tekst schreef hij:
Waar ik in een verhaal van houd, is dus niet zonder meer de inhoud, zelfs niet de structuur, maar veeleer de schrammen die ik op het mooie omhulsel aanbreng: ik ren, ik spring, ik kijk op, ik duik er weer in. Dit heeft niets te maken met de diepe scheuring die de tekst van genot in de taal zelf en niet in de loutere temporaliteit van het lezen ervan aanbrengt.(blz 17)
Barthes manier van lezen -- verbrokkeld, plots ophouden in het midden van een zin, springen naar een ander deel van de tekst -- lijkt op de manier waarop men een hypertekst leest. Het is ontegenzeggelijk zo dat Barthes zijn leeservaring als bevrijdend beschouwt. Het latere werk van Barthes krijgt ook steeds meer het karakter van een netwerk. De Taal der Verliefden bestaat uit een groot aantal lemma's, waarin naast teksten van de auteur ook lange citaten van andere auteurs zijn opgenomen. Deze tekst zou men een hypertext kunnen noemen, omdat van een begin en een eindpunt geen sprake meer is.
Keren we terug naar het genot waarover Barthes spreekt in Het Plezier van de Tekst. Dit genot wordt opgeroepen door het schenden van een afspraak. Het Barthesiaanse lezen is subversief, omdat het de tekst gebruikt op een manier die niet in de bedoeling van de auteur lag, en omdat het ook niet conform de regels van het genre is. Hierin ligt ook de oorzaak van het bevrijdende gevoel dat Barthes ondervindt bij het lezen. Hij wordt verlost van de manipulaties van de auteur en de conventies van het genre. Het gaat echter te ver om te zeggen dat de Barthesiaanse lezer zelf een tekst construeert. Daarvoor is zijn manier van lezen te veel van het toeval afhankelijk. Het is beter te zeggen dat de tekst, min of meer at random, uit zijn eigen delen wordt geherconstrueerd.
Het vocabulaire van Barthes lijkt op het vocabulaire van de hypertext-ideologen. We zouden kunnen concluderen dat het bij hypertext gewoon gaat om een andere manier van lezen, een manier waarop Roland Barthes al vooruit liep. Wat we dan over het hoofd zien is dat de aantrekkelijkheid van Barthes leeswijze juist lag in het schenden van een afspraak. Maar de afspraken tussen lezer en boek zijn anders dan die tussen lezer en hypertext. De afspraken tussen lezer en hypertext zijn nog lang niet uitgekristalliseerd, maar een afspraak die er in elk geval deel van lijkt uit te maken is dat de lezer mede-producent van de tekst wordt. Dat betekent dat een kris-kras manier van lezen, een heen en weer springen tussen verschillende delen van een tekst en tussen teksten onderling niet subversief is zoals het dat is bij papieren teksten. Sterker nog: een dergelijke manier van lezen is deel van de afspraak tussen lezer en hypertext. Dat betekent dat hypertext niet de plaats is om op zoek te gaan naar het Barthesiaanse genot. Het Plezier van de Hypertext zal ergens anders vandaan moeten komen. (FH)