Beperkingen

In Perk toont zich de meester. (Goethe)
Zelfs Shakespeares voorstellingsvermogen kent zijn bePerkingen.(Coleridge)

In de jaren dertig van onze eeuw werd Perk plotseling getroffen door het etymologische virus. In zijn studie Over de oorsprong van onze wereld die in de woorden en niet in het vlees ligt, verschenen in 1937, schrijft hij:

[..] het zijn de woorden en hun onderlinge samenhang, die wij logica noemen, die onze wereld vorm en doel geven. Voor een dier, dat van taal verstoken is, is de wereld een chaos, maar voor ons is onder de schijnbaar ongerelateerde stroom gebeurtenissen een vermoeden van samenhang. Deze samenhang brengen we tot uitdrukking in onze taal. Om de wereld te begrijpen moeten we haar grammatica doorzien. (PW, 1937, blz 5)

Perk nuanceerde zijn standpunt in het later dat jaar verschenen De taal en de dieren, waarin hij katten, dolfijnen, bijen en bepaalde soorten slakken een rudimentair taalvermogen toeschrijft.
In Over de oorsprong .. ontwikkelt hij een theorie die zegt dat alle woorden van bepaalde atomaire stamwoorden afstammen. het beschrijven van de stamwoorden zal de grammatica van de wereld onthullen en daarmee een eind maken aan chaos en onzekerheid.
Een voorbeeld van Perks techniek lezen we in het volgende fragment:

Het woord beperking vindt zijn eerste afleiding in het werkwoord beperken dat ons via een simpele reversie transformatie terugleidt naar het woord perken. Dit woord is zowel het meervoud van het enkelvoudige perk, dat veelzeggend genoeg duidt op een ingesloten gebied, als op een niet langer bestaand werkwoord dat de betekenissen inperken, beperken en afperken in zich draagt. Als zodanig is perken dus zowel het insluiten van een bepaald gebied, als het opeisen van een bepaalde ruimte. (PW, 1937, blz 146)

Hoewel Perks boek ruim 500 bladzijden met dergelijke analyses beslaat lukt het hem niet een atomair stamwoord te isoleren. Zoals hij in de conclusie moet toegeven:

Steeds als een woord tot zijn absolute beginpunt lijkt teruggebracht opent zich een nieuwe afgrond van betekenissen. Ik moet toegeven dat mijn hoogtevrees me belet deze vorm van onderzoek voort te zetten. (PW, 1937, blz 582)

Perk had zelf inmiddels een beperking aan den lijve ondervonden. Het vele schrijven en lezen had hem een slechte rug bezorgd die hem het zitten onmogelijk maakte. De mare gaat dat hij in de jaren dertig en veertig al zijn geschriften schreef op een houten bord dat hij als een snoepverkoper in de bioscoop voor zijn borst had hangen, zodat hij voortduren in beweging kon blijven. In 1949 liet hij zich een leren harnas maken door de italiaanse arts genaamd Molinari. Het harnas snoerde zijn hele bovenlichaam in, tot hij alleen nog zijn armen kon bewegen. Iedere morgen waren er twee bedienden nodig om de leren riemen van het harnas achter zijn rug vast te snoeren. In een brief aan M. luidt het:

De pijn wordt niet minder, maar mijn onbeweegelijkheid dwingt me te schrijven.

Perk gebruikte het harnas tussen 1949 en 1953. Geen van de geschriften die hij in die tijd maakte is bewaard gebleven.