Het syndroom van Braumüller

Zijn geval werd opgemerkt door de Weense psychiater dr. Medea "Mutti" Braumüller, directrice van het Institut für Geisteskrankheiten in Hüttendorf. Al haar hele carrière wachtend op een kans om een bijdrage te leveren aan de taxonomie van psychopathologieën, was zij er als de kippen bij om Perks verworvenheid te bestempelen als een nieuwe vorm van afasie (Perkeske ellippolalie oftewel het syndroom van Braumüller). Zij hoopte met deze ontdekking internationaal voldoende aanzien te verwerven om genomineerd te worden als samensteller van de in 2023 te verschijnen jubileum editie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, DSM-X, de bijbel van elke zielenknijper die het menens is.

Perk gaf haar toestemming om na zijn dood autopsie op zijn hersenen te verrichten om te kijken of er sprake was van enige fysieke anomalieën die het syndroom konden verklaren. (Naderhand verklaarde hij dat hij enkel had toegezegd om dr. Braumüller in zijn bed te krijgen. Of hij in deze opzet geslaagd is, is onbekend.) Jammer voor Braumüller was dat Perk kort daarop goeddeels herstelde, en nog jammerder was dat haar Amerikaanse collega dr. Glauce Springfield met haar artikel On the non-existance of Braumüller's Syndrome de felbegeerde nominatie in de wacht sleepte. Braumüller nam ontslag en trok zich terug in een klooster. Intimi beweren dat zij bij haar ontslag gezworen heeft Perks leven tot een hel te maken.