|
Literatuurcriticus die het tot psychotherapeut schopte, een beroep dat hij overigens eerst zelf moest creëren. Bijzonder succesvol door zijn seksueel getinte deconstructies van andermans dromen. Zijn nauwelijks verhulde mysogynie leek hem niet te schaden: de meeste van zijn patiënten waren vrouwen. Zou in een later leven vanwege zijn vermogen chaos te scheppen in schijnbaar ordentelijke systemen gewoon computerhacker geweest zijn. |
Perk ontmoette Sigmund Freud in 1904 in Wenen. Het bleef bij een enkele ontmoeting; daarna wilde Freud niets meer van Perk weten. Ze spraken over taal en metaforen, Plato, Frazers Golden Bough, over Weiningers Geschlecht und Charakter, over vrouwen en over puzzels en interpretaties. Bij wijze van demonstratie van zijn methode moedigde Freud op zeker moment Perk aan tot het maken van een associatie reeks. Perk, nooit vies van een opsomming, liet zijn gedachten de vrije teugel. Perk schrijft hierover:
Ik reconstrueer: "puntenslijpsel, krulletjes gum, thee- of koffievlekken, spoortjes suiker, melkpoeder, sigarettenas, boekenlijm, aspirientjes, paperclips, Zippo-vuursteentjes, elastiekjes, nietjes, bureaucratensmegma."Dr. Freud luisterde aandachtig, rustig rokend, af en toe bemoedigend knikkend en een aantekening makend. Ik voelde mij danig door zijn open houding aangemoedigd, en vervolgde enthousiast mijn opsomming.
"Sigarettenpeukjes, pakjes, lucifers, spelden, stukjes pen, stompjes potlood, koffielepeltjes, Slippery Elm keelpastilles, plakband, touw, krijt, memoranda, bonboekjes, telefoonnummers, brieven, carbonpapier, ukelelegrepen, Kreml-haarwater, stukjes van een puzzel, een ukelelesnaar."
Op zeker moment hief dr. Freud zijn hand en legde me het zwijgen op. Ik stopte met enige tegenzin, en wachtte in een eerbiedige stilte op wat hij zou zeggen. Het klokje op de schouw tikte, de Afrikaanse maskers fixeerden mij met hun hiëratische blikken, de leren stoel kraakte toen ik ongemakkelijk verschoof.
Toen hij nu eindelijk begon te spreken, kreeg ik aanvankelijk de indruk dat hij mijn reeks met een al even willekeurige reeks beantwoordde. Terwijl hij sprak liet hij zijn blik door de kamer dwalen, maar het kwam mij voor dat zijn inspectie ledig noch toevallig was. Zijn ogen volgden een spoor, alsof ze in de talloze studeerkamerparafernalia lazen wat hij veinsde uit mijn woorden op te diepen. (PW, 1904, blz 66-67)
Het antwoord van Freud is helaas verloren gegaan, waarschijnlijk door toedoen van de vermaledijde Nozaki. Het mag echter worden aangenomen dat Perk het niet eens was met zijn interpretatie. Over de vrije associatiemethode merkt hij elders zuinigjes op:
Tomeloze vrijheid als dit leidt enkel tot zelf-compromitatie. (PW, 1908, blz 105)
Het gesprek schijnt zich vervolgens op licht geïrriteerde toon te hebben voortgesleept. De vlam sloeg definitief in de pan toen Perk Freuds methode (overigens goedkeurend) vergeleek met de kabbala.
De heer Freud raakt buiten zinnen. Hij begon te vloeken en te tieren als een goddeloze. "U zegt dat alleen maar omdat u weet dat ik joods ben!" brieste hij. Ik trachtte mij te verdedigen door op te merken dat ik mij er niet van bewust was dat hij joods was. "Alsof dat ook maar iets uitmaakt! Bent u überhaupt op de hoogte van mijn werk, mijnheer?" Ik moest bekennen dat dit niet het geval was. Hij verzocht mij vervolgens te vertrekken. Ik heb de man daarna nooit meer gezien. (PW, 1904, blz 67)