PERK kan niet anders dan opmerken hoeveel overeenkomsten er bestaan tussen de aloude Geheugenkunst, zoals Frances A. Yates die uitvoerig gedocumenteerd heeft, en bepaalde toepassingen van de nieuwe media. De geheugenkunst (de memoria, een van de vijf onderdelen van de klassieke retorica) was oorspronkelijk bedoeld voor het onthouden van uitgebreide redevoeringen. Haar principes lieten zich echter gemakkelijk aanwenden voor het onthouden van om het even wat.
Een centrale notie in de geheugenkunst was die van het geheugenbouwsel: de herinnering aan een bekend gebouw, een bekende stad of tuin, of anders een zelf bedachte architectuur, waarin genoeg ruimte moest bestaan om herinneringen (letterlijk) als markante beelden op te slaan.
Hoezeer lijkt dit beeld niet op dat van de cyberspace zoals die door Gibson, Stephenson, etc. geschilderd wordt? In hun voorstelling is de cyberspace eveneens een (driedimensionale) ruimte, die dient voor de opslag van iconografisch weergegeven informatie. Het enige verschil met de geheugenkunst is dat ditmaal de bouwsels niet bestaan in ons eigen geheugen, maar in de artificiële geheugens van computers.
Gibsons etc. visioen is al snel opgepikt door techneuten. Het gevolg van deze aandacht staat bekend onder de term Virtual Reality. Virtual Reality systemen staan de gebruiker toe rond te dwalen in computermodellen van al dan niet bestaande 3D ruimtes. De ontwerpers houden vol dat deze systemen een geschikte vorm zijn om grote hoeveelheden data op een natuurlijke wijze te ontsluiten. Het is de ruimtelijke metafoor letterlijk genomen.