Reconstructie

In Perks failliete boedel trof men een doos met brieven en briefkaarten aan, die noch door Perk geschreven waren, noch aan Perk gericht waren. Het betrof de correspondentie van een jonge kunstenares, Marie B., met een groot aantal mensen. Naast brieven zaten er in de doos ook een paar oude agenda's, bonnetjes, recepten en wat foto's.

In de koffer vond men bovendien een bundeltje aantekeningen van Perks hand over de correspondentie. Hieruit blijkt dat de vrouw Perk niet persoonlijk gekend moet hebben. Perks aantekeningen maken duidelijk dat hij een bewuste poging gedaan heeft de twee jaar uit Maries leven die de brieven bestrijken te reconstrueren. Er zitten tijdstafels tussen die van dag tot dag haar bezigheden inventariseren, lijsten van feitjes en weetjes, opsommingen van plaatsen die Marie bezocht heeft, dingen die ze at en dronk en kocht, de caffees, kappers, supermarkten en concerten die ze bezocht, analyses van haar gewoontes, haar karakter en stemmingen, en zelfs van haar familie en kennissenkring.

Het is onduidelijk hoe Perk in het bezit is gekomen van de correspondentie. De critici zijn wat dit punt betreft in twee kampen verdeeld. Het ene kamp meent dat Marie B. de geheime liefde van Perk was, de "M." waaraan hij een paar van zijn slechtste werken heeft opgedragen. In dit scenario zou Perk de correspondentie moedwillig ontvreemd hebben om meer inzicht te krijgen in de persoon Marie B. De andere interpretatie, die vooral door Perks apologeten geopperd wordt, is dat Perk de correspondentie gevonden heeft tijdens het opruimen van een rommelzolder, en dat hij gefascineerd door het puzzelaspect van de reconstructie zich aan deze taak gezet heeft.

Voor de volledigheid moet ook een derde, buitenissige interpretatie genoemd worden die alleen door de meest rabiate Perk volgelingen verdedigd wordt. Deze houdt in dat Marie Perk wel degelijk kende, dat zij hem heimelijk bewonderde en begeerde, en dat zij de doos met correspondentie zorgvuldig samengesteld heeft als een fuik voor zijn fascinatie. In deze optiek is Perk het willoze slachtoffer geworden van wat hij zelf ongetwijfeld omschreven zou hebben als "een vrouwenstreek". Er zijn wat aanwijzingen in de brieven van Marie die in deze richting wijzen. (Er duikt hier en daar een geheimzinnige "P." op.) Er moet echter rekening mee gehouden worden dat dit toevoegingen van Perk zelf zijn, gedaan om deze laatste interpretatie iets meer in de hand te werken.