Voorwoord

In juli van het jaar 1969 trad ik in dienst bij de uitgeverij Kibbel en Kwets waar ik nu de eigenaar van ben. Als jongste bediende, een functie die ik gelukkig niet lang zou uitoefenen, behoorde het tot mijn taken manuscripten die door redacteurs waren afgewezen en in de kasten van het archief lagen te verstoffen te catalogiseren en indien juridische regels dit niet verboden te vernietigen. Ik denk dat ik achteraf mag zeggen dat ik gelukkig was dit werk te mogen doen, aangezien niets een ambitieuze jongeman zo goed voorbereidt op het vak van uitgever, waar ik toen overigens nog slechts van kon dromen, als de confrontatie met de meest banale, perverse, kwaliteitsloze manuscripten waar een uitgever doorheen moet ploegen alvorens hij dat ene pareltje vindt dat hem solvent zal maken. Velen denken dat de goede uitgever er een is met een neus voor kwaliteit, iemand die onmiddelijk het meesterwerk uit een stapel middelmatigheid kan halen. Zij hebben ongelijk. De ware uitgever heeft een neus voor rotzooi, flauwekul, achterbaksheid en amateurisme. Hij is als het ware een Sherlock Holmes die door uitsluiting van alle verkeerde keuzes uiteindelijk de goede maakt. Maar ik dwaal af, doch, zo denk ik, op niet geheel oninteressante manier.

Tijdens dat jaar 1969 vond ik tussen een stapel afgekeurde manuscripten, waarvan velen van nu bekende en gerespecteerde auteurs wier naam ik niet zal noemen, het volgende:

voorwoord bij den tweede editie

Voor u ligt den tweede editie van Verzamelde teksten en berichten van Perk betreffende de geschiedenis en structuur van de wereld en andere zaken die aan de orde komen. Wij hopen dat dit boek onder een beter gesternte zal staan dan de eerste editie waarover reeds zoveel gesproken is, doch waarvan er zo weinig exemplaren hun weg naar de lezer gevonden hebben.

Het boek zoals het nu voor u ligt is een selectie uit de brieven, dagboeken en aantekeningen van Perk. Een naam die veelen reeds bekend in de ooren zal klinken, maar nog weinigen hebben werkelijk iets van zijn geschriften gelezen. Vele onderwerpen zullen in dit boek aan bod komen. Tuinen, wiskunde, filosofie, architectuur, muziek, etc. Over al deze onderwerpen formuleert Perk een verrassende en heldere meening die veelen in eerste instantie als een schok, maar in tweede instantie toch als een moment van inzicht zal overvallen.

Wij hebben den auteur zelf verzocht eenigen woorden te richten tot u, beste lezer, waardoor hij u wellicht minder als een vreemde en meer als een vertrouwde voorkomt. Het schrijven is voor de heer Perk echter een gedane zaak, zoals hij enkele jaren geleden aan uitgever dezes berichtte:

.. dat ik op het punt van mijn leven ben aangekomen dat ik niet langer wens te schrijven of te onderzoeken, aangezien ik alles wat ik wilde zeggen gezegd heb en daaraan niets meer heb toe te voegen.

Hoewel ik mij gewoonlijk op het standpunt stel dat schrijvers wensen gerespecteerd dienen te worden heb ik toch gepoogd Perk te benaderen om hem alsnog te bewegen een woord aan u, geacht leespubliek, te richten. Ik spoedde mij daarom naar zijn vertrekken in de mooie stad T., alwaar ik zijn kamers verlaten en zijn persoon verdwenen vond. Zijn hospita wist mij nog te vertellen dat Perk nog die middag door haar was aangetroffen in zijn volledig gemeubileerde kamer, alwaar hij een sigaar rookte en een grammofoonplaat beluisterde en dat hij niet meer dan enkele uren voor mijn komst het huis had verlaten met de aankondiging dat hij sigaren ging kopen, wat verdacht was aangezien het zondag was en de winkels gesloten.

Ik heb hierna nog enkele vruchteloze pogingen ondernomen om met Perk in contact te komen en ben dankbaar voor iedere aanwijzing omtrent zijn huidige verblijfplaats. Laat u zich echter niet ongerust maken, aandachtige lezer. Wie Perk beter kent weet dat hij in zijn hart nooit ergens thuis is geweest en dat zijn levendige geest voortdurend behoefte tot nieuwe prikkelingen voelt. Ik vermoed dan ook dat Perk zich op dit moment ergens bevindt waar zijn fantasie en denkvermogen geprikkeld worden en hopelijk zelfs de lust tot schrijven hem weer overvalt.

Om u toch een indruk te geven van het boek dat u op het punt staat te gaan lezen, citeer ik hier enkele regels uit een brief die Perk me schreef tijdens het samenstellen van de eerste editie van dit werk:

.. bij het lezen van al mijn aantekeningen, dagboeken en brieven werd het voor mij steeds duidelijker dat al die separate documenten, die slechts verbonden zijn doordat ze door de zelfde hand zijn geschreven en door de zelfde geest zijn bedacht, gezamenlijk é&eactute;n groot werk vormen, dat, en ik wil hier geenszins mijn eigen hoorn bespelen, een geheime geschiedenis van de menselijke cultuur en geschiedenis, als men deze begrippen tenminste als afzonderlijk van elkaar wil onderscheiden, want er zijn er die deze begrippen aan elkaar gelijk stellen en , hoewel ik niet tot hen behoor, hebben zij goede redenen dit te doen, vormt, die door geen enkel geschrift zijn gelijke vindt wat ambitie, visie, helderheid en overtuigingskracht betreft.

Cornelis Kwets, uitgever

Ik moet u zeggen dat het vinden van dit document mijn leven veranderde. Allereerst waren er die twee citaten van Perk; wat een stijl, wat een rust, wat een inzicht, wat een zelfvertrouwen. Onmiddelijk voelde ik een vertrouwdheid met deze man, waarvan ik tot op dat moment niet gehoord had, een lacune in mijn eruditie die ik bleek te delen met bijna iedereen in de intellectuele wereld op dat moment. Na die eerste schok van herkenning ging ik op zoek naar het manuscript, maar het voorwoord was alles wat in het bezit van de uitgeverij bleek.

De jaren die volgden op mijn ontdekking vroeg ik iedereen die maar iets wist van cultuur of ze het boek kenden. Niemand kon mij verder helpen en waar een minder man gefrustreerd zijn onderzoekingen had gestaakt werd ik juist door deze muur van onwetendheid aangezet nog fanatieker door te gaan. Enkele jaren later had ik beet. Inmiddels fiks gestegen in de hiërarchie van de uitgeverij was ik in Japan voor zaken en een goede maaltijd, toen het bericht bekend werd over de Japanse zakenman die een Van Gogh gekocht had en het schilderij mee wilde nemen in zijn graf. Nu ben ik van mening dat wat men bezit men ook mag vernietigen en ik ventileerde deze mening ook tegen mijn tolk. Deze vertelde mij daarop het verhaal van de Japanse zakenman Nozaki.

Nozaki zou al het werk hebben opgekocht van een belangrijk West-Europees denker en schrijver. Dit werk was geschreven in een voor hem onleesbare taal. Toch las hij elke avond een aantal bladzijden en door zijn fotografisch geheugen wist hij woord voor woord het oeuvre van de schrijver in zich op te nemen. Langzaam maar zeker werd dit lezen voor hem een obsessie. Steeds meer tijd besteedde hij eraan en steeds minder aan het leiden van zijn miljoenenimperium, dat ernstig te lijden had onder zijn nieuwe bezigheden. Binnen enkele jaren was er van het bedrijf niets meer over. Nozaki was genoodzaakt zijn kapitale villa's op te geven en vertrok uiteindelijk geheel berooid naar het platteland, met alleen de manuscripten van de schrijver die hem zo obsedeerde. Toen hij na een aantal jaren alle werken van de schrijver had gelezen en hij deze werken allemaal van achter tot voor kon citeren, nog steeds niets begrijpend van al die vreemde woorden, pakte hij alle manuscripten bij elkaar en gooide ze in de haard van zijn schamele woning. Hij was nu de enige mens op aarde die kennis bezat van het werk van de schrijver. Hij zou tegen een boer uit een naburig dorp gezegd hebben: "Ik ben misschien de armste mens op aarde, maar ik ben zo machtig als de Chinese keizer die de muur heeft doen bouwen". Niet veel later pleegde hij zelfmoord.

Na het horen van dit verhaal was ik er zeker van dat de schrijver in kwestie Perk was en dat mijn inspanningen even vruchteloos waren als die van de Japanse zakenman. Teleurgesteld vloog ik terug naar Nederland en staakte ik mijn pogingen meer over Perk en diens manuscripten te weten te komen.

Op deze dag precies twee jaar geleden kreeg ik een brief van een Franse verzamelaar van handschriften. Bij de brief was een fotokopie bijgesloten van een uit een schrift gescheurde bladzijde. In sierlijke letters las ik een deel van een verhandeling over het ontwerpen van doolhoven. De bladzijde was ondertekend door Perk. Ik spoedde mij naar Frankrijk, betaalde enkele tienduizenden francs voor die bladzijde en vernam van de handelaar dat er wellicht meer zou volgen. Enkele dagen later belde hij me en bood me een Perks complete dagboek van het jaar 1912 aan.

Sindsdien is deze Fransman, die in zijn bescheidenheid anoniem wil blijven, een onuitputtelijke bron van informatie geweest. Keer op keer is het hem gelukt reeds lang verloren gewaande geschriften van Perk terug te vinden en ik ben ervan overtuigd dat er in de toekomst nog veel meer boven water zal komen.

Na mijn benoeming tot directeur van de uitgeverij heb ik mij, eerst tegen de klippen op, maar alengs met steeds meer instemming, ingezet voor publicatie van het werk van Perk. Hoewel het nog slechts gaat om fragmenten, die ons slechts een kleine glimp kunnen doen opvangen van de grootsheid van het volledige werk; is nu de tijd gekomen het grote publiek kennis te laten maken met Perk.

Ik weet dat velen zich druk maken om het feit dat Perk zo weinig figureert in geschriften van anderen, dat er bijna geen persoonlijke feiten over hem bekend zijn, dat hij kris kras door de geschiedenis lijkt op te duiken, van de Middeleeuwen tot zelfs de huidige dag, en dat de teruggevonden manuscripten niet toegankelijk zijn om te worden onderzocht. Het enige wat ik daarop kan zeggen is: waarom zouden wij zoveel vragen stellen als Perk ons al zoveel antwoorden geeft. Is dit werk niet magistraal? Getuigt het niet van groot inzicht, van hartstocht en passie. Laten we ons niet van de wijs laten brengen door de feitenmaffia met hun pseudo-wetenschappelijk jargon.

Ieder jaar worden er duizenden artikelen over Perk gepubliceerd, honderden boeken. Er zijn symposia over de hele wereld. Twee instituten richten zich exclusief op zijn werk. Er worden CD's uitgebracht met (waarschijnlijk) door hem gehouden lezingen en er zijn plannen voor een film. Dit alles wordt echter doodgezwegen door de wetenschappelijke wereld en de reguliere media, die het bestaan van Perk ontkennen en zijn werk negeren. Maar, en laat ik daarmee afsluiten, uit alles blijkt dat Perk leeft. En velen van hem.

J. Vermeteren, uitgever