Londen, 24-3
Zoals u reeds weet uit de vele brieven die u van mij ontvangen en gepubliceerd hebt ben ik een vrouw die niet graag in de publiciteit treedt. Wanneer echter de eer en de moraliteit der natie op het spel staan zal ik niet schromen mij als spreekbuis van de fatsoenlijke burgers, waarvan er gelukkig nog velen zijn, tot u te richten.
Uw uitgeverij is voor mij altijd een toonbeeld van beschaving geweest. Natuurlijk waren er wel eens uitgaven die een riskant en, als ik het mag zeggen, frivool karakter droegen. Ik doel daarbij met name op de ongelukkige uitgave van de liefdesverzen van de Romeinse dichter Catullus, wiens ornithologische poëzie mij en vele anderen eerder zo kon bekoren. Ik en velen met mij geloven niet dat u de dichter een goede dienst bewees met de publicatie van enkele schandelijke dichtsels die hij in kennelijke staat moet hebben geschreven. Daar tegenover staat dat uw schitterende serie heiligenlevens door niemand zal worden versmaad, en dat uw anthologie Dichten in de vrije uurtjes menig fijnproever een feest zal zijn geweest.
Met uw uitgave van het werkje Pornografie; de geneugten van de syntax hebt u zich echter danig vergallopeerd. De inleider, een lid van uw redacteursstaf als ik goed ben ingelicht, spreekt over een gedurfde studie, een beschamende poging het ware karakter van dit pornografisch werkje achter de voile van de wetenschap te verstoppen. Weet echter dat er lezers en lezeressen zijn als ik, en vele anderen, die al na een korte blik in de inhoudopgave de werkelijke intenties van de auteur vermoeden en niet zullen schromen zich van hun gelijk te vergewissen.
De auteur, die zich verstopt achter de naam Perk, zonder enige twijfel een pseudoniem, laat zich lelijk in de kaart kijken wanneer hij een opsomming geeft van de werken waarop hij zich baseert. Wie weet bij namen als De Sade, Sacher-Massoch en Henry Miller niet onmiddelijk welke vunzige klepel er in welke groezelige klok klingelt? Zelfs ik, en velen met mij, die nooit enig werk van bovengenoemde kladschrijvers gelezen heeft, voel een fysieke weerzin wanneer hun namen genoemd worden.
Maar het is niet ik, of mijns gelijken, waarover ik mij zorgen maak. Het is de jeugd die zich zo moeilijk kan verweren tegen deze afschuwelijke verhalen, die haar van alle kanten opgedrongen worden. Ik ben niet een van die mensen die gelooft dat de jeugd steeds slechter wordt. Integendeel! Van de jeugd hebben wij veel te verwachten, als we haar maar koesteren en haar de kans geven in vrijheid op te groeien door ervoor te zorgen dat ze niet steeds met pornografische vunzigheid wordt geconfronteerd.
Waarom een gerespecteerde uitgeverij als de uwe zich laat misbruiken voor een dergelijk staaltje vunzigheid kan ik me niet indenken. Wanneer u zich in geldnood bevindt zoudt u zich beter tot een bank kunnen wenden, dan proberen een graantje mee te pikken van dit soort populaire rommel waar niemand op zit te wachten.
Ik en velen met mij weten dat het in deze tijden geen populair standpunt is zich te verzetten tegen de verloedering die rondom ons toeslaat. Desondanks verzetten wij ons tegen de tijdsgeest in de volle overtuiging te spreken voor het merendeel der natie.
Een nederige dienaar der goede zaak,
Edna Welthorpe