Wittgenstein

Dhr. Wittgenstein in de tuin.

Weens onderwijzer en tuinman. Liet in zijn jeugd spoor van zelfmoorden achter. Met zijn eerste boek vernietigde hij het werk van zijn leermeester Russel, met zijn tweede boek dat van zichzelf. Laatste woorden: zeg hun dat ik een schitterend leven heb gehad.

Perk ontmoette Wittgenstein in 1926 tijdens een korte vakantie in Wenen. Op 3 juni van dat jaar noteert hij in zijn dagboek:

Ziek van Wenen. Het flaneren dat me in Berlijn zo beviel lijkt hier niet op zijn plaats. Ik honger naar de rust van het platteland. De ongecompliceerde eerlijkheid van haar bewoners zou me goed doen na de konkelende slangenkuil van Wenen. Ik heb besloten morgen de stad te verlaten en naar Hüttendorf te gaan; een dorpje niet ver van hier waarover de meeste Weners met afschuw spreken. Toen ik het Kraus vertelde schold hij me uit voor proviciaal en wees hij me resoluut de deur. Ik zal mijn abonnement op zijn tijdschrift opzeggen. (PW 1926 - blz 231)

Niet geschrokken van de reacties van zijn Weense vrienden toog Perk naar Hüttendorf. Over de rit naar het dorp weten we weinig, Perk maakt geen aantekening in zijn dagboek, noch een opmerking hierover in de brief die hij de volgende dag naar M. zal sturen. Naar alle waarschijnlijkheid zal de reis hem niet bevallen zijn, aangezien ze zowel openbaar vervoer als een voettocht van enkele uren behelst moert hebben.

In Hüttendorf bezoekt Perk het klooster. Het gebouw maakt hem zwaarmoedig door zijn lelijkheid. "Een burcht die slechts oudtestamentische gevoelens wakker maakt." In zijn dagboek maakt hij een aantekening over de tuin van het klooster:

Aan de achterkant van het sombere gebouw ligt een kleine tuin. Op het eerste gezicht leek het niet veel bijzonders. Een groententuin die de keuken van het klooster voorziet van kool, sla, penen en verschillende soorten fruit. De tuin was omgeven door heesters en coniferen, ongetwijfeld om onverlaten buiten te houden. Bij nadere inspectie zag ik iets wat mijn verbeelding prikkelde. De bedden met sla, de kleine perkjes en de appelbomen waren niet plompverloren neergezet. Hoe langer ik de tuin bestudeerde hoe meer ik een patroon zag. Of beter gezegd ik zag een patroon in desperaat gevecht gewikkeld met de natuur. Aan de manier waarop de heesters gesnoeid waren zag ik dat de tuinman zijn vak niet helemaal beheerste. Maar door de structuur van de tuin vermoedde ik dat ik in hem een sympathieke geest zou vinden. (PW 1926 - blz 246)

Die sympathieke geest blijkt Ludwig Wittgenstein te zijn, die toen al enige bekendheid had verworven als filosoof, hoewel meer om zijn excentrieke gedrag dan om zijn filosofische inzichten. Wittgenstein leefde in het gereedschapschuurtje bij de kloostertuin praktisch als een kluizenaar. Zijn ontmoeting met Perk was verre van conventioneel:

Plotseling zwaaide de deur van het schuurtje met een luid schurend geluid open en naar buiten kwam een wildgebarende man. Hij zag er verwaarloosd uit, hij was gekleed in een versleten jasje, zijn broek was op verschillende plaatsen gescheurd en hij droeg geen das. Zijn haren waren verward en in zijn ogen lag de wilde blik die gekken en wetenschappers met elkaar gemeen hebben. Ik zette me schrap omdat ik dacht dat de man me zou aanvallen, maar hij hield stil, zijn arm half opgeheven. Zo stonden we enige tijd tegenover elkaar ons langzaam realiserend dat we elkaar verkeerd hadden ingeschat. Na enige tijd rechtte hij zijn rug, stak hij zijn hand naar me uit en stelde zich voor als Ludwig Witzenstein. (PW 1926 - blz 255)

Over het spellen van Wittgensteins naam in Perks dagboek (later heet het nog een keer Wimsenstein en zelfs Waanstein) is de laatste jaren veel te doen geweest. In zijn openingsrede van het Wittgenstein-congres in Glasgow van enkele jaren geleden, noemde Per Spedersen Perks spelling een bewuste provocatie. Op hetzelfde congres opperde de jonge Zeitgeist-critica Minnie Johansen echter de interessante mogelijkheid dat Perk met zijn "misspellingen" probeerde Wittgensteins steeds wisselende standpunten van elkaar te onderscheiden. Van het gesprek tussen Wittgenstein en Perk zijn helaas geen aantekeningen bewaard gebleven. Perk maakt slechts de volgende opmerking:

Thee gedronken met tuinman. Daarna knoopte hij een lang gesprek aan over allerlei onderwerpen. Voor een tuinman is het een slimme vent. Wie weet waar een behoorlijke opvoeding hem had kunnen brengen. (PW 1926 - blz 255)

Perk keert dezelfde dag nog terug naar Wenen. 's Avonds eet hij bij Karl Kraus en discussieert hij over "politiek, vrouwen en goede wijn: onderwerpen waarvan de heer Kraus weinig verstand blijkt te hebben, maar des te sterkere meningen."