J. Perk
Aan de sonnetten
Klinkt helder op, gebeeldhouwde sonnetten,
Gij, kinderen van de rustige gedachte!
De ware vrijheid luistert naar de wetten:
Hij stelt de wet, die uwe wetten achte: -
Naar eigen hand de vrije taal te zetten
Is eedle kunst, geen grens die deze ontkrachte:
Beperking moet vernuft en vinding wetten;
Tot heersen is, wie zich beheerst, bij machte: -
De geest, in enge grenzen ingetogen,
Schijnt krachtig als de popel op te schieten,
en de aard te boren, en den blauwen hogen:
Een zee van liefde in droppen uit te gieten,
Doch éen voor éen,- ziedaar mijn heerlijk pogen...
Sonnetten, klinkt! U dichten was genieten! -